Pontje van Hessum

Pontje van Hessum

Pontje van Hessum

De Green- Ferry een moderne naam

Wie kent niet het pontje van Hessum. De elektrische fiets- en voetveer dat door de gemeente Dalfsen wordt  beheerd. De functie is voornamelijk dat het een toeristische verbinding tussen de noord- en zuidoever van de Vecht is. Eigenlijk zou het meer dan een pontje moeten zijn. Het wordt niet voor niets door het bedrijf de Brunink Group uit Hardenberg ( de fabrikant van het pontje) nu 10 jaar later als de Green Ferry gepromoot.  De Green- Ferry wordt als een veerpont gepromoot  die je kunt inzetten als water- intercity in stad of in de natuur. Door haar uitstekende toegankelijkheid, functionaliteit en duurzaamheid is dit de ideale oplossing voor de bevordering van toerisme en afname gemotoriseerd verkeer in uw regio/omgeving,

Strikt genomen wanneer je het pontje bekijkt is het stil, elektrisch, eenvoudig, duurzaam en functioneel. Dit zou wat meer door de gemeente mogen worden ingezet bij de promotie van het pondje. De bediening op het pont zelf, verlichting en de ‘loopbrug’ worden aangedreven met zonnepanelen. In de pont zit een zogenaamde astroklok. Die zorgt ervoor dat bij schemering het pontje niet meer gebruikt kan worden.

Gevaar. Hoewel er duidelijk richtlijnen vermeld staan bij het pontje over het voorlaten van andere vaartuigen, moest ik constateren dat er mensen waren die er bijna een wedstrijdje ervan maakte om te kijken wie het snelt was. De aankomende boot of het pontje. Op een bepaalde moment moesten we de stopknop indrukken om een mogelijke aanvaring te voorkomen. Het is misschien een advies aan de gemeente om bijvoorbeeld bewegingscensor aan de voorkant van de boot te plaatsen.

Achtergrond

Al voor 2010 kwam de gemeente Dalfsen met het plan een veerpontje over de Vecht in dienst te stellen. Allerlei procedurele problemen zorgden ervoor, dat pas in 2012 kon worden begonnen met de aanleg. Een grondruil om een fietspad te kunnen aanleggen was nodig. En nadat de koopovereenkomst voor de benodigde grond was ondertekend, moesten diverse vergunningen worden geregeld. Ook de flora- en faunawet stak een spaak in het wiel.  Pas vanaf september 2012 kon worden begonnen met het werk.  Op 26 april 2013 is het pontje in gebruik genomen worden. Toen werd het mei. Want  er waren in het begin al problemen.  Storing in de bediening, een zandbank, vastlopende kabel, en dergelijke.  Hierdoor werd het pontje pas op 7 juni 2013 officieel in gebruik gesteld door gedeputeerde Boerman van de provincie Overijssel.  De kleine veer voor fietsers en voetgangers over de Vecht in totaal nu 4  maken deel uit van het ‘Tien-Torenplan’ waarmee de ‘beleefbaarheid’ van de Vecht gestimuleerd moet worden

Het pontje is een elektrisch zelfbedieningspontje. Energie wordt opgewekt door zonnepanelen op het dak en door externe elektriciteit. Door een druk op een knop op de pont of aan een van de beide oevers wordt de motor in beweging gezet.  Het pont je kan maximaal tien personen in drie minuten naar de overkant brengen. Het is volledig geautomatiseerd, dus je hoeft jezelf niet naar de overkant te trekken.  Het pontje vaart van 1 april tot 1 november. Er wordt rekening gehouden met andere gebruikers van de Vecht, met name motorboten.

Behalve tijdens de wintermaanden, kun je tussen de fietsknooppunt 90 en 85 een oversteek tussen de beide Vechtoevers maken. Je vervolgt dan weer het Fietsnetwerk Vechtdal tot het eindpunt, station Dalfsen.

Algemeen

Volautomatische veerpont, bediening varen middels console met drukknoppen op het dek. Pont is geschikt voor max. 10- personen en is trailerbaar.

Technische gegevens

  • – Afmetingen 5500X2500X950mm
  • – Romp uit S235 plaatmateriaal
  • – Dek uit tranenplaat, voorzien antislip- coating
  • – RVS Leuningwerk + RVS toog/ frame met antiklauter randen
  • – Aandrijving middels kabelgeleiding
  • – 1x kabel
  • – 2x zonnepanelen
  • – 1x Verlichting (wit/groen)
  • – 1x Automatische sluitende oprijplaat
  • – 1x Reddingsboei
  • – 2x bedieningszuilen aan wal
  • – 1x Aandrijfunit en Keerrol-unit aan wal
  • – 1x besturingskast aan wal
Synagoge Dalfsen

Synagoge Dalfsen

De Dalfse sjoel

Dalfsen telde reeds in 1760 joodse inwoners. In 1813 woonden er vijf joodse. In 1838 werd de joodse gemeente zelfstandig. De synagoge aan de Julianastraat werd in 1866 ingewijd.

Het is een van de kleinste synagogen in Nederland. De gebedsruimte beslaat 35 van de in totaal 50 m2. De sjoel is gewijd in 1866 en in gebruik geweest bij de joodse gemeente tot 1927. Hoewel al vanaf 1729 joden in Dalfsen woonden, is de gemeente altijd klein gebleven. Op 28 augustus 1866 werd tijdens een plechtige dienst de synagoge ingewijd. De gemeente telde toen 34 leden, in totaal vijf families. Er waren in totaal twee slagers, één koopman in manufacturen, één koopman in manufacturen en kruidenierswaren en één arts, met tezamen 22 kinderen.

Het gebouw zelf kostte 1465,00 gulden, een fors bedrag, dat voor zo’n kleine groep haast niet te betalen moet zijn geweest. Gelukkig kreeg men drie keer een subsidie van de overheid. Volgens koninklijk besluit van Willem III werd respectievelijk 150 gulden, 225 gulden en 125 gulden uitgekeerd.

De functie 

De synagoge heeft ruim 60 jaar dienst gedaan. Waarschijnlijk was de laatste dienst in 1927, toen een dubbel huwelijk werd ingezegend van twee kinderen van Manuel Vomberg, zoon van Levie Vomberg die een van de oprichters van de synagoge was. Voor het houden van een joodse dienst zijn minimaal tien mannen, ouder dan dertien jaar, vereist. Dit noemt men de Minjan. Met de kleine joodse gemeenschap in Dalfsen werd het steeds moeilijker dit aantal te halen. Tenslotte werd op 23 juni 1937 door de Centrale Commissie tot Algemene Zaken van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap de Israëlitische gemeenschap van Dalfsen ontbonden en ingedeeld bij de gemeente van Zwolle. De kerkelijke goederen, waaronder synagoge en begraafplaats, gingen over naar de Zwolse gemeenschap.

Restauratie

Op initiatief van een in 1982 in het leven geroepen stichting werd het gebouw gerestaureerd en in 1984 als cultureel centrum heropend. De begraafplaats wordt sinds 1958 onderhouden door het plaatselijke gemeentebestuur. De grafstenen op deze begraafplaats werden geïnventariseerd in het Stenen Archief. Op 13 april 1984 werd de opening verricht door mevr. E.R. Blog-Steren, een nazaat van de Dalfser slager David Steren.

Neogotisch zaalgebouw. Het is een gebouw met spitsboogvensters. De voorgevel heeft een kroonlijst en ingebogen zijstukken.

De link naar de synagoge is synagoge dalfsen

Joodse begraafplaats Dalfsen

Joodse begraafplaats Dalfsen

De joods begraafplaats in Dalfsen

Dalfsen telde reeds in 1760 joodse inwoners. In 1813 woonden er vijf joodse gezinnen waarvan er vier armlastig waren. Synagogediensten werden gehouden ten huize van het hoofd van de gemeenten. De joodse gemeente Dalfsen werd in 1937 ontbonden en bij die van Zwollegevoegd. De synagoge werd verkocht en kreeg in de loop van de tijd diverse bestemmingen.

De joodse begraafplaats van Dalfsen
Deze kleine begraafplaats ligt aan de Gerner Es, ingeklemd tussen een boerderij en sportvelden. Een vierkant, gietijzeren hek omgeeft het perceel, dat geheel bedekt is met gras en waarop zich 16 zerken in betrekkelijk goede staat bevinden. Het stuk grond werd in 1878 door de Israëlitische Gemeente van Dalfsen aangekocht. In 1937 werd de begraafplaats overgedragen aan de Joodse Gemeente van Zwolle en in 1966 aan het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap te Amsterdam. Vanaf 1958 wordt de begraafplaats onderhouden door de gemeente Dalfsen. De jongste steen is zelfs van 1972. Interessant is de steen van dokter Machiel Aron Frank, waarop in het Hebreeuws o.a. staat:

`Zijn levensdagen werden gekort, zijn dagen bedrukten hem. De zieken onder de mensen genas hij in oprechtheid. Hij beschermde de armen en hielp de behoeftigen. Geliefd bij zijn kinderen, bemind door zijn vrouw. Het verblijven in Eden is de vrucht van zijn werk. De geëerde en Godvrezende man, de betrouwbare en kundige arts Machiel, zoon van de Chaweer de heer Aharon Frank. Hij ging naar zijn eeuwigheid maandag 12 Chesjwan en werd begraven woensdag 14 Chesjwan (5)644.’

De Joodse begraafplaats te “Genne” ten noorden van het dorp Dalfsen gelegen, werd in de 19e eeuw aangelegd op een stuk grond, dat in 1878 voor een koopsom van honderd gulden door de Dalfser landbouwers Gerrit en Hendrikus van Toly werd verkocht aan de Israëlitische gemeente – vertegenwoordigd door de heren Israël Salomon van Essen en Machiel Aron Frank. De oppervlakte van dat stuk grond werd aangegeven met 1590 m2. Volgens andere bronnen stamt de begraafplaats uit 1800 c.q. zou zijn gesticht in 1855. De oppervlakte wordt elders aangegeven met 830 m2. [1]

Op bijna alle Joodse begraafplaatsen worden de overledenen begraven richting de Tempel te Jeruzalem. In Nederland wordt de overleden dierbare dan ook begraven met het hoofd richting het noord/westen en met de voeten richting het zuid/oosten. Vanuit daar zal ooit de wederopstanding der doden beginnen. Alle zerken is de tekst naar het oosten gericht, op één na. “Een dwarskop?”  In principe kan dit een zelfmoord zijn omdat volgens de joodse visie zelfmoord een moord is, dus is de persoon een moordenaar. Hij moet min 6 voet van een ander graf liggen en kan niet in aanmerking komen voor wederopstanding. Tegenwoordig hebben ze andere opvattingen hierover

Vlak voor de Joodse begrafenis wordt er altijd een scheur in een kledingstuk gemaakt. Dit wordt gedaan door zeven naaste verwanten als uiting van verdriet. Een Joodse begraafplaats is namelijk net zo heilig als een synagoge. Een Joods graf mag liever alleen bezocht worden door familieleden. Joodse begraafplaatsen mogen om die reden dan ook liever niet worden bezocht door buitenstaanders. 

Joodse begraafplaatsen zijn vaak al eeuwen oud. Dit komt omdat Joodse graven volgens de Joodse wetten nooit geruimd mogen worden. Joden geloven immers in de eeuwigheid van de ziel en de komst van de verlosser. Wanneer de wederopstanding plaats zal vinden is nimmer bekend. Over het algemeen zijn de Joodse begraafplaatsen in Nederland in te delen in Sefardische en Asjkenazische begraafplaatsen. Sefardische begraafplaatsen worden gekenmerkt door liggende grafstenen, terwijl op Asjkenazische begraafplaatsen de grafstenen rechtop staan. 

Het belangrijkste symbool op de begraafplaats is de Davidsster als afbeelding. De Davidsster staat voor Goddelijke bescherming en is de meest voorkomende afbeelding op Joodse grafstenen of Joodse grafmonumenten

 Overzicht begraafplaatsen

Fam. Steren

Israël van Essen (1806-1878)     

367809  02           – Rachel van Essen (1800-1881)

367810  03           – Salomon Steren (1835-1882)  

367811  04           – Hartog Steren (1836-1876)      

367812  05           – Jacob Samuel Godschalk (1832-1882) 

367813  06           – Margien Godschalk (1837-1883)           

367814  07           – Machiel Aron Frank (1824-1883)           

367815  08           – Izaäk Steren (1804-1833)         

367816  09           – Ester Spanjar (1848-1898)        

367817  10           – Manuël Vomberg (1851-1925)              

367818  11           – Salomon van Essen (1839-1886)           

367819  12           – Levie Vomberg (1814-1895)    

367820  13           – Paulina Friedmann (1825-1884)            

Den Alerdinck

Den Alerdinck

Waarschijnlijk is de naam Den Alerdinck afkomstig van 2 boerenerven: het Groot Alerdinck en het Klein Alerdinck. Deze naam werd omstreek 1500 voor het eerst genoemd. Het huis werd als havezate erkend in 1647/1648. Een havezate (of havezathe), dat is een versterkt landhuis of boerderij met land. In vroeger tijden moest men in het bezit zijn van een havezate om tot een ridderorde toegelaten te worden. De slotgracht is een specifiek kenmerk van een havezate, aangezien het landhuis of kasteel verdedigbaar moest zijn.

Kijk voor meer informatie op https://alerdinck.nl/